Meedoen met Kunstvloed

Foto: Gerta Boonstra. In het huidige landschap zijn op veel plaatsen de oeroude beddingen van de Hunze nog zichtbaar. De geschiedenis van dit in cultuur gebrachte land gaat terug tot de zesde eeuw voor Christus.

In het begin van de warme zomer van 2018 werd me gevraagd om op enigerlei wijze ‘mee te doen’ met Kunstvloed. Nagenoeg iedereen kent elkaar in de kleine dorpsgemeenschappen van Sauwerd en Wetsinge, de tam tam draait er normaliter op volle toeren, maar dit klaarblijkelijk grootse evenement hing nog niet aan de grote klok.

Met uitbundig enthousiasme werden zaken uit de doeken gedaan en werd mijn theater’verleden’ herhaaldelijk gememoreerd. Als ik me om welke reden dan ook zou willen verontschuldigen, moest ik me in wel heel rare bochten wringen. Ik moest en zou meedoen – wen d’r maar an.

Ik had zo’n vier weken de tijd om iets te bedenken en consulteerde mijn buurman, paukenist bij diverse concertorkesten en ‘soundscaper’, waar ik later op de avond langsging om het hele verhaal voor te leggen.

Zittend in een prachtige avondzon onder het genot van koele drank, turend over de graslanden van boer van Dorp met blik op de molen van Garnwerd aan de horizon, filosofeerden we over onze eventuele bijdrage.

“Jij was toch drummer? En je hebt een stem die het geluid van een misthoorn kan doen wegebben. Wacht… ik moet even naar mijn kraantje, dat loopt nog steeds, en dat ben ik – althans het water dat er uitstroomt – aan het opnemen. Projectje!. Het geluid van water! Jongen, je moest eens weten wat je daar allemaal mee kan doen. En… morgen, of – in ieder geval – over twee dagen komt de zonnecel binnen. Ik weet alleen niet of ik de juiste afmetingen heb besteld, en of die toereikend zijn.”

wadden-mathijs-deen -tzum
Fragment cover ‘De Wadden’, Mathijs Deen. Foto: Tzum’, literair blog.

Rare jongens, die paukenisten… Ik ken Steef al een tijdje, en had hem al een paar dagen achter zijn huis zien klooien met – voor mij – raadselachtige attributen, wist dat hij op iets broedde, maar de essentie van zijn verrichtingen ontgingen me. Ik vroeg hem na een poos of hij ‘De Wadden‘ van Mathijs Deen gelezen had, waarin hij het Waddengebied beschrijft als Nederlands meest onberekenbare landstreek. Ik had die middag – ter voorbereiding op ons gesprek – een recensie van Guus Bauer gelezen in ‘Tzum’, een literair weblog. Die vindt dat Mathijs je aan zijn verhaal weet te binden door een romaneske, lyrische stijl. Dat triggerde me en maakte een en ander in mijn bovenkamer los.

Het geluid van water,… een dorre droge blik op het veranderende Wetsinger wierdenlandschap waar blaarkoppen geduldig meanderend tussen schapen struinen, en berustend de volgende dag tegemoet herkauwen.

‘Romaneske en lyrische’ contemplatie leiddend tot mijmeringen over Plinius de Oudere, Albinovanus en Seneca. Mens en dier, kletterend water en gortdroge sloten, transformerend land. Genoeg ingrediënten voor het maken van een gezamenlijk kunstwerk dat er – vooralsnog – niet zou komen.

Volgende keer meer. Slapen.

@Robert Rosendal.

Mathijs Deen – De Wadden, een geschiedenis. Thomas Rap, A’dam. 336 blz. €12,50

RecensieGuus Bauer: Tzum literair blog, 20 sept. 2016.