100 jaar RUILVERKAVELING DRENTHE in beeld; over de maakbaarheid van een landschap

Beeld: Diepploegen met twee Caterpillars, ruilverkaveling Nijeveen-Kolderveen, 1958.
© Drents Archief (Collectie Dienst Landelijk Gebied).

In ruim honderd jaar tijd zijn de woeste heide- en veengronden van Drenthe door turfwinning en chemie (kunstmest), maar vooral door ruilverkavelingen, omgezet naar productief agrarisch cultuurlandschap. Zeventig procent van de provincie is daarbij volledig op de schop gegaan. Tijden veranderen.

Energietransitie, natuurbeleid, klimaatverandering; hoe behoudt Drenthe haar uniek landschappelijk karakter?

Beeld: © Stadszaken

De energietransitie, landbouwhervormingen, het natuurbeleid en klimaatverandering hebben de komende decennia veel gevolgen – ook voor het Drentse landschap. Hoe gaan ze deze uitdagingen aan, en hoe nemen ze tegelijkertijd het unieke karakter van het Drentse landschap mee in het toekomstige ontwerp? Daarvoor moeten we eerst meer weten van het ontstaan ervan.

‘Jonge heide-ontginningen’

Bij de invoering van het Kadaster, in 1832, bestond ruim twee derde van Drenthe uit ‘woeste grond’, in de vorm van heidevelden, zandverstuivingen, broekgronden en veen. Van de oppervlakte woeste grond in het begin van de 19e eeuw besloeg de heide 179.748 ha. Al in de 18e eeuw gingen er stemmen op dit ‘renteloze kapitaal’ te ontginnen.

Op de heidevelden, die op de meest schrale gronden te vinden waren, graasden de schapen en werden plaggen gestoken. De plaggen werden gebruikt om, al dan niet in combinatie met mest uit de potstallen, de vruchtbaarheid van de akkers te vergroten. Aan het eind van de negentiende eeuw was de boer door het gebruik van kunstmest niet langer aangewezen op mest en plaggen. Hierdoor werd het evenwicht tussen het oppervlak bouwland en het areaal heide verbroken. Dit leidde ertoe dat grote delen van de heidevelden werden ontgonnen en werden omgezet in landbouwgrond of bos.

De ontginningen aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werden bevorderd door de opleving in de landbouw, die volgde op de diepe agrarische crisis van de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw. In de ‘Kop van Drenthe’ heeft de ontginning van de ‘velden’ vooral in de twintigste eeuw plaatsgehad.

‘Jonge heideontginningen tussen Pesse, Echten, Ruinen en
Koekange (Zuidwest-Drenthe) van 1860 tot 1970′

Beeld: Dennen en zandverstuivingen op een golvend heideveld nabij Echten, 1900/1920.
© Drents Archief (Collectie Van Weydom Claterbos).

De verdwijning van het merendeel van de Drentse heidevelden wekte al jarenlang de belangstelling van masterstudent Hans Kijk in de Vegte, die in het kader van zijn studie Landschapsgeschiedenis, onder begeleiding van prof. dr. ir. M. Theo Spek, onderzoek deed aan de Rijksuniversiteit Groningen. Die belangstelling ontstond toen hij de eerste oude topografische kaarten in handen kreeg. Vol verwondering aanschouwde hij hoe ‘zijn eigen dorpje’, Ansen, in vroegere tijden werd omgeven door uitgestrekte woeste gronden.

Zijn fascinatie voor het veranderende landschap in de twintigste eeuw heeft hij nooit los kunnen laten. Ondanks dat zijn onderzoek zich richtte op een voor hem reeds bekend gebied, het gebied ten zuiden van Ruinen, verwachtte hij niet dat zijn kijk erop in zo’n grote mate ging veranderen.

In het scriptieonderzoek van Kijk in de Vegte staan de jonge heideontginningen in de provincie Drenthe centraal. Hij hoopt er hoofdzakelijk bestaande kennislacunes met betrekking tot deze ontginningen mee weg te kunnen nemen, opdat overheden beter in staat zijn om passend ruimtelijk beleid te vormen over de landschappen die als gevolg van de jonge heideontginningen zijn ontstaan.

Het onderzoek geeft zicht op de jonge heideontginningen van Drenthe, van keuterontginningen vanaf halverwege de negentiende eeuw door particulieren, tot grootschalige ontginningen en bebossingen – ook die in het kader van de werkverschaffing – in beheer van Staatsbosbeheer, tot die van de N.V. Ontginningsmaatschappij Lantschap Drenthe en vanaf 1950 de fusiemaatschappij N.V. De Drie Provinciën.

© Drents Archief

Jonge heideontginningen tussen Pesse, Echten, Ruinen en Koekange (Zuidwest-Drenthe) van 1860 tot 1970
Een vergelijkend onderzoek van actoren, ontwerp, organisatie en uitvoering
Hans Kijk in de Vegte, Rijksuniversiteit Groningen (Scriptie master Landschapsgeschiedenis), Ansen, januari 2018

Turfwinning in de jaren-30 en -50 van de vorige eeuw

Kijk hier naar een filmportret van turfwinning in Drenthe in de jaren-30 van de vorige eeuw:

Turfwinning jaren ’30, Drents Archief, 29 november 2010.

Hier nog eentje over turfwinning in Zuidoost Drenthe in de jaren ’50. In deze ‘stomme’ film onder meer aandacht voor het werken met de stoompersturfmachine en de productie van baggerturf.

In het veen, jaren ’50, Drents Archief, 30 november 2010.

Korte geschiedenis van de ruilverkaveling in Nederland

Met mankracht aanbrengen onderbouw stuw in de Wold Aa. Werken voor het waterschap de Wold Aa t.b.v. verbetering stroomgebied de Wold Aa. Beeld: Drents Archief.

Het idee van herverkaveling is afkomstig uit de Verenigde Staten en verspreidde zich daar in het begin van de twintigste eeuw. De eerste keer dat kavelruil ook in Nederland werd ingevoerd was in 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog, op Ameland. In de Ballumer Mieden op dat eiland verkleinden 119 eigenaren – die in 1913 het besluit hadden genomen tot actie – het aantal percelen van 3.659 naar 500 stuks. Een poging tot herverkaveling in de Oostpolder te Noordlaren in de provincie Groningen (1919) mislukte omdat niet alle grondeigenaren hun medewerking wilden verlenen. In oktober 1925 volgde Nieuwleusen (Salland, Overijssel) als tweede regio waar de ruilverkaveling op gang kwam. En in 1926 nam ook de verkaveling in Drenthe een aanvang.

Ruilverkaveling, het idee

Ruilverkaveling Het Idee, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 24 maart 2015.

In Nederland zijn meermalen wetten uitgevaardigd om de herverkaveling in goede banen te leiden. Drie bekende voorbeelden zijn de ‘Wet op de Ruilverkaveling‘ in 1924 – die boeren voor het eerst kon dwingen mee te werken – en de Ruilverkavelingswetten van respectievelijk 1938 en 1954. In die laatste werd ook rekening gehouden met de belangen van de natuur en het landschap. In 1958 kwam het ‘Meerjarenplan voor de ruilverkaveling’ tot stand, die de verkaveling urgent verklaarde en de vaart erin zette. De wet uit 1954 werd in 1985 vervangen door de zogeheten Landinrichtingswet. Op de site ‘Geheugen van Drenthe‘ lees je alles over deze nieuwe wet.

Ruilverkaveling Grolloo-Schoonloo. Bezoek aan de eerste zandput in 1961. Beeld: Website Oldgrol.nl

Ruilverkaveling had en heeft vaak ten doel om grotere landbouwkavels te creëren. Door de grote oppervlakten kunnen de kavels beter en makkelijker bewerkt worden met (steeds grotere en veelzijdiger) landbouwmachines. Door deze rationalisering kunnen boeren sneller en meer voedsel produceren. Een veelbesproken politicus in relatie tot ruilverkaveling verantwoordelijk voor het naoorlogse (WO II) landbouwbeleid van Nederland is natuurlijk Sicco Mansholt.

Zijn plan leidde tot radicale modernisering van de Europese landbouw. Groot protest van de boeren was het gevolg. Het beleid bleek echter desastreuze gevolgen te hebben voor milieu, dierwelzijn en gezondheid. Ook Mansholt besefte dat en bepleitte later een groenere aanpak. Vandaag de dag moet het roer volgens velen opnieuw om. Bekijk hieronder een aflevering van het televisieprogramma ‘Andere Tijden‘, dat een en ander in perspectief plaatst: ‘Een boer met een plan‘.

Andere Tijden, uitzending: woensdag 27 november, 21:25 uur, NPO 2.

Ruilverkaveling van Nederlandse boerenland: grote negatieve gevolgen voor biodiversiteit en landschapsschoon

Beeld: Terugblik op 15 jaar Deltaplan voor het landschap, © VNC

Het oude Nederlandse cultuurlandschap dat in de loop der millennia is ontstaan uit het samenspel van mens en natuur herbergde een geweldige rijkdom aan biodiversiteit en landschapsschoon. Maar in de laatste decennia is door onder meer ruilverkaveling, schaalvergroting en verstedelijking veel van ons oude cultuurlandschap verloren gegaan. Bestond er in 1900 nog zo’n 450.000 kilometer aan landschapselementen, ruim honderd jaar later is de helft daarvan verdwenen. Om daar een voorstelling van te maken: dat is meer dan vijf keer de omtrek van de aarde.

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is er weliswaar meer natuur- en milieubewustzijn, maar dit heeft de trend van landschapsverval en biodiversiteitsverlies helaas niet weten te keren, zo stelt de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap in een onlangs verschenen ‘Terugblik op 15 jaar Deltaplan voor het Landschap‘, waaruit de ‘weerbarstige praktijk’ onomstotelijk naar voren komt.

Sterker nog, na meer dan een halve eeuw Nederlands natuurbeschermingsbeleid zijn de natuur en het landschap van Nederland nog altijd bedreigd. Een ommekeer zou een radicale verandering in de wijze van beschermen vergen: het bestaande systeem van lapmiddelen zou plaats moeten maken voor structurele oplossingen. En dat is precies wat de VNC met het Deltaplan (al vanaf 2005!) voor het landschap heeft proberen te bereiken: een transitie van landschapsverval en biodiversiteitsverlies naar de aanleg en ontwikkeling van een rijk aaneengesloten natuurrijk cultuurlandschap.

Zorg voor ons landschap – Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, 20 december 2017.

Kunst en Landschap brengt Noord Nederlandse transities in beeld

Beeld: K&L

Tijdens de (eerste) landelijke NOVI-Conferentie over de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) op 31 maart 2021 is de ‘Monitor Landschap‘ gepresenteerd. Hiermee worden de veranderingen van het Nederlandse landschap (buiten de bebouwde kommen) getoond aan de hand van zes indicatoren. 

Voor ieder van deze zes indicatoren toont de landschapsmonitor een landsdekkend beeld van ontwikkelingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van duurzaam beschikbare bronnen. De Monitor Landschap is gestart met de gegevens per 1 januari 2019 (nulmeting) en wordt jaarlijks bijgewerkt met nieuwe gegevens. De resultaten zijn beschikbaar als open data en voor iedereen vrij te (her-)gebruiken.

Kijk hieronder naar een introductiefilmpje, dat uiteraard bovenaan de hoofdpagina van Kunst en Landschap prijkt, dat als alles een beetje meezit – het Covid-19-virus waart nog rond – vanaf dit, of volgend jaar (2022) de Noord Nederlandse transities op geheel eigen wijze, en op ‘eigenwijze’ in beeld gaat brengen. Hier krijg je alvast een voorproefje (gedateerd Kunst en Landschap-bericht, maar actueler dan ooit, red.).

De Monitor Landschap, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 31 maart 2021.

Landbouw, maar ook versterking natuurlijk en landschappelijke waarden

Naast het bovengenoemde Geheugen van Drenthe heb ik voor dit ‘blogboek’ gebruik gemaakt van een proefschrift uit 2004 van Simon van den Bergh: ‘Verdeeld land, de geschiedenis van de ruilverkaveling In Nederland vanuit een lokaal perspectief, 1890-1985. Ik neem daaruit een tweetal citaten op waaruit blijkt dat er gaandeweg steeds meer aandacht ontstond voor landschappelijke waarden:

“De nieuwe wet had niet alleen een optimale inrichting van het landelijk gebied ten behoeve van de landbouw tot doel, maar diende ook een versterking van natuurlijk en landschappelijke waarden mogelijk te maken, van zowel infrastructuur, de openluchtrecreatie als de cultuurhistorie.”


Simon van den Bergh

“Ruilverkaveling is veel toegepast. Ongeveer 70% van het landelijk gebied van Nederland is in de loop van de tijd ‘op de schop’ geweest, sommige gebieden zelfs meer dan eens. Het is niet overdreven om te stellen dat ruilverkaveling gedurende de twintigste eeuw één van de voornaamste instrumenten is geweest om veranderingen, landschappelijk, economisch en zelfs sociaal, in de agrarische samenleving te bewerkstelligen.” 


Simon van den Bergh

,,De ruilverkaveling is als een soort mammoettanker over ons land heengevaren.”

Terug naar Drenthe, naar de eenentwintigste eeuw. Op 16 mei 2019 vond een druk bezocht symposium plaats over ‘Een eeuw Ruilverkavelen in Drenthe‘, georganiseerd door het Drents Archief.

De afgelopen decennia is in Drenthe door een flink aantal ruilverkavelingen, kavelruilprojecten en herinrichtingen het ‘olde landschap’ flink op de kop gezet. Gestimuleerd door maatschappelijke, economische en politieke veranderingen veranderden de visies op het gebruik en inrichting van het platteland continu. Dat proces is in beeld gebracht! Op tweeërlei wijze:

– een korte documentaire ‘100 Jaar Ruilverkaveling in Drenthe, de maakbaarheid van een landschap‘, gemaakt door Saar Visser
– een webpagina met duizenden bewaard gebleven foto’s.

Bekijk hieronder de 20 minuten durende documentaire, hij is zeer de moeite waard. Met het online bekijken van de foto’s zul je net even wat meer tijd moeten uittrekken, vermoed ik.

Documentaire ‘100 Jaar Ruilverkaveling in Drenthe’

100 Jaar ruilverkaveling, Saar Visser, 15 mei 2019.

Duizenden Drentse ruilverkavelingsfoto’s online

Gedeputeerde bij de Provincie Drenthe Henk Jumelet en Evelien van Everdingen, directeur van Prolander, hebben die 16e mei de fotocollectie van de voormalige Dienst Landelijk Gebied (DLG) officieel online gezet. Zo’n zes jaar geleden startte, op initiatief van oud-medewerker van deze Dienst, Fré Strating, een project om de waardevolle foto’s van de Drentse ruilverkavelingen te bewaren. Na jaren van selecteren, scannen en beschrijven, is er nu dus een collectie van ruim 4.000 foto’s beschikbaar: beelden van meer dan 75 uitgevoerde ruilverkavelingen en landinrichtingsprojecten in de provincie Drenthe van de afgelopen 100 jaar. Drenthe is hiermee de eerste én enige provincie in Nederland waarvan de collectie van de inrichting van het landelijk gebied is gedigitaliseerd, beschreven en ontsloten. Dagblad van het Noorden-journalist Bernd Otter deed nog diezelfde dag verslag.

© Drents Archief

De Drentse ruilverkavelingen online
Bernd Otter, Dagblad van het Noorden, 16 mei 2019






.

De documentaire ging tijdens het symposium in première en werd op zaterdag 8 juni uitgezonden door RTV Drenthe. De film was daarna de hele maand september te zien in het Drents Archief. Ter ere van de fotocollectie is er een speciale editie van het kwartaalblad Waardeel, van de Drentse Historische Vereniging, uitgebracht. Deze is volledig gewijd aan de Drentse ruilverkavelingen in woord en beeld.

Het project kwam tot stand met financiële steun van Provincie Drenthe, Arcadis Nederland B.V, Avitec Infra & Milieu, Brands Bouw, Drents Archief, Kadaster, Prolander, Sweco Nederland B.V en Drentse Historische Vereniging.

‘Drenthe is de nachtwacht van het gecreëerde landschap’

Op 6 november 2020 – het Coronavirus waart in alle hevigheid rond – kondigt journalist Josien Feitsma bij RTV Drenthe nieuw onderzoek naar de oorsprong van het Drentse landschap aan. De onderzoekers Luuk Keunen en Henk van Blerck duiken in de veranderingen van het Drentse landschap van de afgelopen 150 jaar. Keunen neemt de periode 1850-1940, de periode waarin vele heideontginningen plaatsvonden, voor zijn rekening, Van Blerck richt zich op de ruilverkavelingen en verschuivingen in landschapsbeleving tussen 1945 en 1980.

,,Ik doe in heel Nederland onderzoek naar de landschapsplannen van de ruilverkaveling en Drenthe is erg bijzonder. Ik noem Drenthe ‘de Nachtwacht van het ontworpen landschap van de ruilverkavelingen’.”


Henk van Blerck

‘Hear, hear Landscape’

Beeld: tekst Linkedin:
Hear, hear Landscape, K&L

Landschapsarchitect en curator Henk van Blerck werkt sinds de lente van 2016 als buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen aan een promotie-onderzoek naar het in het kader van ruilverkavelingen ontworpen Nederlandse cultuurlandschap. Het is een onderwerp dat hem al zo’n 30 jaar fascineert. Met name de beplantingsstructuren die in de ruilverkavelingen zijn aangebracht zijn volgens hem beeldbepalend geworden. In veel gebieden is daardoor het verhaal van het historische landschap ‘leesbaar’.

Als jonge landschapsarchitect was Van Blerck al geïnteresseerd in het werk en de opvattingen van de veel in Drenthe en Groningen actieve landschapsarchitect Harry de Vroome. Hij vindt het bijzonder dat hij nu ‘zijn werk’ naar het hedendaagse beleid van de Drentse gemeenten mag helpen vertalen, of zoals hij het op Linkedin verwoordde: ,,Verder kan werken aan de ontwerpopgave van de lange adem.”

‘Het groene maatpak‘, de beplantingen van de naoorlogse ruilverkavelingen

In de video hieronder, ‘Het groene maatpak‘, vertelt Henk Van Blerck alvast over de eerste resultaten van zijn (promotie-)onderzoek, dat voorlopig ‘Hear, hear Landscape‘ is gedoopt.

Het Groene Maatpak, Marjolein Hillege, 20 juni 2017.

‘Drenthe is de nachtwacht van het gecreëerde landschap’

Kunst en Landschap gaat het nieuwe onderzoek naar de oorsprong van het Drentse landschap – gefinancierd door de Provincie Drenthe en (nagenoeg) alle Drentse gemeenten – op de voet volgen, niet in de laatste plaats omdat de uitkomsten van het onderzoek gebruikt gaan worden voor toekomstige ontwikkelingen in en van het Drentse landschap. Ik hou je daarvan via deze blogbijdrage op de hoogte. Om te beginnen: kijk hieronder naar een prachtige en uitgebreide (video)reportage van Josien Feitsma voor RTV Drenthe. Beide heren komen daarin uiteraard aan het woord.

,,Drenthe is de nachtwacht van het gecreëerde landschap.”


Henk van Blerck
Screenshot uitzending RTV Drenthe: Landschapsarchitect: ‘Drenthe is de nachtwacht van het gecreëerde landschap’, 6 november 2020.

Bouwen aan de ‘digitale jonge landschappen’ van Drenthe

Na een tijdje niet van het onderzoekersduo gehoord te hebben, Henk van Blerck had zijn pijlen voor april-2021 ongetwijfeld gericht op (zijn bijdrage aan) de ‘Landschapstriënnale‘, die dit jaar van 1 tot en met 30 april plaatsvond in het Brabantse Van Gogh Nationaal Park, was het senior projectleider cultuurhistorie en historische geografie bij RAAP, Luuk Keunen die de mediastilte op 30 april op Linkedin verbrak:

Beeld: © Luuk Keunen (RAAP)

,,Voor tien Drentse gemeenten en de provincie Drenthe werken we bij RAAP sinds eind 2020 aan een uitgebreid en gedetailleerd erfgoed-GIS van de jonge heideontginningen (ca. 1850-1968). Henk van Blerck en Máire van Blerck nemen de ruil-verkavelingen voor hun rekening; samen bouwen we aan de ‘digitale jonge landschappen’ van Drenthe. Het vordert goed! Langzaam ontstaat er een geweldige database die kan worden ingezet bij gebieds-opgaves zoals de energietransitie.”


Luuk Keunen, Linkedin, 30 april 2021

De landschapsbiografie: instrument voor de omgevingsvisie

Net als veel overheden bereidt ook RAAP zich voor op de komst van de nieuwe Omgevingswet (en -visie (NOVI), red.). Duizenden bestaande wetsartikelen en regels op gebied van de ruimtelijke ordening moeten plaatsmaken voor deze megawet. Bij de aankondiging van de Omgevingswet in 2014 sprak Melanie Schultz van Haegen (VVD), toen Minister van Infrastructuur, van „de grootste wetgevingsoperatie sinds de vernieuwing van de Grondwet in 1848”. Je leest er alles over op de hoofdpagina van Kunst en Landschap.

De grote en veelal met elkaar verweven ‘maatschappelijke opgaven van deze tijd’ – de transities – dalen allemaal neer in ons landschap, of het nu gaat om de energietransitie, landbouwhervormingen, het te voeren natuurbeleid of aanpassing aan het klimaat.

Onderzoeker Luuk Keunen, die toen hij het schreef niet kon weten dat de invoering van de Omgevingswet anno nu (mei 2021, red.) nog steeds op losse schroeven staat, ziet de landschapsbiografie als de aangewezen onderzoeksmethode om de leefomgeving als geheel – en vanuit cultuurhistorisch perspectief – op een hoger abstractieniveau beter te kunnen begrijpen. Hij schreef er voor het themanummer ‘Cultuurhistorie’ (2019) van RAAP-Magazine een mooi artikel over:

Beeld: © RAAP

De landschapsbiografie: een passend instrument voor de omgevingsvisie
Luuk Keunen, RAAP (Themanummer Cultuurhistorie), #2019-01


.

“Een landschapsbiografie laat zien hoe een gebied zich heeft ontwikkeld. Je onderzoekt de samenhangende en opeenvolgende processen die dat landschap hebben gevormd. Het geeft als het ware een doorkijkje door het verleden en brengt identiteiten beter in beeld.”


Luuk Keunen

Datascapes: op zoek naar een ‘smart landscape’

Die grote ‘maatschappelijke opgaven’ hebben de komende decennia veel gevolgen – ook voor het Drentse landschap, schreef ik aan het begin van dit blogboek. Hoe gaat Drenthe de uitdaging van deze grote veranderopgaven aan, en hoe behoudt ze haar unieke karakteristieke landschap in het toekomstige ontwerp?

Daarvoor zijn tegenwoordig nieuwe technologieën beschikbaar: zogenaamde datascapes. Gebruikmaking van nieuwe technologische toepassingen kan landschapsgebruik en -beleving nieuwe dimensies geven. Maar hoe ontsluiten we die mogelijkheden? En wat betekent dit voor het landschap? Marco Vermeulen, curator van de (Noord-Brabantse, red.) Landschapstriënnale 2021, gaat erover in gesprek met Henri Mulder, die elk vermeend stoffig imago van het Kadaster wegpoetst.

Datascapes, Landschapstriënnale 2021, 22 februari 2021.

In de gebouwde omgeving kennen we het concept ‘smart city’, in de tweede ‘Trialoog’ gingen ze tijdens de Landschapstriënnale op 8 april op zoek naar de mogelijkheden van een ‘smart landscape’ in: ‘Datascapes‘. De virtuele omgeving die we inmiddels kennen voor bouwen, wonen, vervoer en landbouw is ook aan het ontstaan voor het landschap.

In het laatste kwartier (start: minuut 38:47, red.) van onderstaande video steekt Henk van Blerck de Brabanders in een ‘Groen Maatpak‘ bij de presentatie van een nieuw product; ,,Alles wordt transparanter, bruikbaarder en toegankelijker”, zegt Elisabeth van den Hoogen, presentator van de trialoog Datascapes.

TRIALOOG # 2: Datascapes – 8 april, Landschapstriënnale 2021, 8 april 2021.